woensdag 20 juni 2018

Pettefletfiets


Het was een hele drempel om te nemen. Wéér een stukje loslaten van wat tot nog toe ‘normaal’ kon blijven.




Jesses handicap valt zo op het eerste gezicht niet erg op. In de eerste ontmoeting zien mensen vaak een doodgewoon kind. En als hij dan ook in een doodgewone fiets of kinderwagen zit -en ook niet zijn mond opendoet- heeft niemand echt door dat er wat is. Dat maakte het voor mij tot nog toe makkelijk om in het openbaar met zijn handicap om te gaan. Ik vertelde er alleen wat over als dat aan de orde was. Of als ik daar zelf voor koos. Maar sinds kort is daar nu verandering in gekomen, door de komst van de duofiets.

"Zo gehandicapt"

De moeder in dit artikel hieronder in de afbeelding, omschreef precies hoe ik me vaak voel ten opzichte van Jesses handicap. Ze omschreef hoe lastig ze bepaalde hulpmiddelen vond, die écht fantastisch waren uitgevonden, maar die ‘zo gehandicapt’ lijken. Maar die, eerlijk is eerlijk... eigenlijk vooral een emotionele hobbel zijn voor jezelf.

Ik herken dat dus bijvoorbeeld in de duofiets die we vorig jaar zomer vergoed kregen vanuit de gemeente. Zijn reguliere zitje achterop zou langzaamaan verruild gaan worden voor een uitzonderlijk vervoersmiddel, waarbij hij ook zelf zou leren meetrappen en uiteindelijk fietsen. Práchtig, dat zeker. En ook helemaal niet ouderwets. Een gloednieuwe, hippe, superlange tandem, kwam de bus uit rijden. Echt waar. Langhorst uit Pluk van de Petteflet is er niks bij! En wel.... in de eerbare landskleur; FEL ORANJE. Ik kan je dit melden: Het was even slikken. 

Tandem op maat maken



Mijn mini zoon, werd vervolgens in die grote tandem gesnoerd terwijl ik toekeek. Hij verdween nog nét niet achter de fixatie gordeltjes en al het klittenband. Het enige wat nog uitstak waren zijn krullen. Tijdens de testronde keek ik neer op dat donkerblonde koppie met krulletjes, en voelde me even emotioneel gemixt. Ik hoor nu misschien heel dankbaar te zijn om deze fiets, maar... hij lijkt zo wel écht gehandicapt… Was wat er eigenlijk door mijn hoofd schoot. Je weet heus wel dat het zo is, maar opeens ziet het er ook zo uit. Waar het me normaal nooit meer opvalt, is het in zo’n nieuwe situatie weer even uitvergroot en confronterend. Zouden ze hem nu nog wel schattig vinden, denk ik in stilte…  Want de focus wordt verlegd. Er is iets ‘gehandicapts’ toegevoegd aan zijn leven, waar we niet omheen kunnen, letterlijk en figuurlijk. En dáár zit het hem in, want:

Het is weer iets nieuws wat de aandacht weg haalt bij het leuke, grappige en gezellige van mijn zoon, en daardoor de focus verlegt naar het ‘anders zijn’.


Méér dan wanneer hij achterop had gezeten in het gangbare Yepp stoeltje, waar hele volksstammen hun kinderen al jaren mee vervoeren.

Met hulpmiddelen als deze, wordt ik gedwongen om te kijken naar een stukje ‘anders’. En ik niet alleen, want reken maar dat het mensen niet ontgaat als je in zo’n karavaan voorbij jakkert. Echt waar. Je bent bijna een attractie. (Mocht je dus nog aandacht tekort hebben; fiets gerust eens een rondje op mijn oranje Petteflet fiets, en je bent weer helemaal verzadigd. Neem het kind erbij, en je hebt zelfs voor een maand genoeg aandacht gehad).

Verzorgd en aantrekkelijk

Om alvast zoveel mogelijk barrières weg te nemen, die maken dat mensen hem anders kúnnen zien dan ik, zorg ik er (al zolang hij bestaat) ten alle tijde voor dat hij er in ieder geval altijd fris, schoon, verzorgd en goed gekleed bij loopt. Ik wil dat ze mijn kínd zien. Met hoe leuk en grappig hij wel niet is. Dat hij aantrekkelijk is voor mensen. En dat ze daarbij niet worden afgeleid of afgeschrikt door andere dingen die meer aandacht trekken, want dat gebeurd namelijk sowieso al door zijn ‘anders zijn’.
Wat er daarnaast overblijft moet Jesse zijn. Mijn zoon. En niet ‘die vieze geur’ of zijn veel te verwassen kleding, een broek op hoog water of zijn ontplofte-bever-coupe die het beeld van 'raar' alleen maar bevestigen. Hij moet er verzorgd uit zien. Juist voor anderen die daar moeilijker doorheen kunnen kijken, omdat ze mijn leuke kind -nog- niet kennen.

Ik wil niet wegpoetsen dat Jesse gehandicapt is. Maar ik wil wel dat Jesse in beeld blijft.

Integreren
Ik zou wensen dat mensen met een beperking veel meer onderdeel zouden zijn van onze maatschappij en dat hun ouders ze ook net zo goed verzorgden als de andere broertjes en zusjes zonder beperking. En om dat een zetje in de rug te geven, probeer ik van Jesse een zo aantrekkelijk mogelijk jongetje te maken die niet raar of eng is, en ook niet stinkt of gekke kleding draagt.

Ik wil laten zien dat hij niet minder is, maar iets heeft toe te voegen
juist omdát hij zo anders is als jij.

Gelukkig zijn we nu een jaar verder. Met tandem. En ik heb de tandem maar omarmt en uitgebuit. De fiets is geen obstakel meer, doordat ik bovenop het obstakel ben gaan staan (of zitten natuurlijk ;-)). Ik heb het gebruikt als opstapje om verder te komen, en ik zorg nu gewoon dat het oranje van de tandem terug komt in zijn schoenen en zijn kleding. En ik gebruik het zinnetje: “Zoohooo, dat is een grote fiets!” als opstapje voor leuke gesprekjes bij het stoplicht, terwijl mijn breeduit-lachende krullen-zoon genietend voorop zit te stralen.

Ze zullen weten met wie ze van doen hebben. Namelijk met een fantastisch leuk gehandicapt kind, en zijn leuke moeder, die de Petteflet-fiets toch maar weer mooi geïntegreerd heeft in haar leven. Nu zij nog.




dinsdag 5 december 2017

Heerlijk avondje (...)




Heerlijk avondje?
Hetgeen ze een vreugdevol en ‘heerlijk avondje’ noemen, liep bij ons al voor het tweede jaar toch een tikkeltje anders dan wat ik me had voorgesteld bij 'dat heerlijke avondje’. Dat begint bijvoorbeeld al met de inkopen. Nouja, niet dat ik ontevreden was over het zelf uitzoeken van mijn eigen cadeaus ofzo. Ik heb bol.com naar hartelust leeggekocht. Om nog maar te zwijgen over het tikken van mijn EIGEN gedichten, vol lof en eerbetoon aan de alles-opofferende-moederliefde die dit huis hier bekleed als een grote glinsterende glitterjurk (ik hou van beeldspraak).... Nee, dat verliep wel op rolletjes. Daar schort t em niet aan. 
Nee, ik heb het hier over die eindeloze gekte en hysterie die er dan weken van tevoren aan vooraf gaat, en waarbij ik een kínd heb dat dus vlak daarvoor nog jarig is ook. Glorie! Tel uit je winst.

Verjaardagen en hysterie
Ik pijnig mijn hoofd dus al diezelfde lengte van weken voorafgaand aan deze feestelijkheden, én langer. Want: Punt 1: wat moet je in vredesnaam geven aan een kind in een westers land?! En waarvan IK vindt dat ze al genoeg heeft om dankbaar voor te zijn. Dat was punt 2. En punt 3: dat dochterlief gewoon fout getimed verwekt en geworpen is. Totaal de verkeerde combi: Sint en jarig zijn.... My goodness. Het is je niet aan te raden. Mocht je het nog in de planning hebben staan om ‘er weer voor te gaan’ doe dat dan vooral NIET in de maanden februari, maart en april. Ik weet het, dan is het koud, duurt het voorjaar lang, zoek je je heil bij elkaar onder de wol, en je denkt bij jezelf: wat maakt het uit wanneer het geboren wordt?! Ons kindje is hoe dan ook welkom. Heel nobel allemaal, maar ik zeg: niet doen! Blaas het af! Denk na! Dat is de eerste 3 jaar nog schattig en leuk, en hélemaal niet (zo) erg... maar dan. Dan volgt de terror. Echt. Neem het van me aan. Een jarig kind is sowieso al niet degene die Sint het liefst ziet komen, als we het er toch over hebben, want jarige kinderen zijn chagrijnig (lees: stout). Jarig zijn is gewoon hét moment waar je voor leeft. En als er iemand die dag mag verzieken door te brullen stampen en schreeuwen, dan ben je dat nog altijd zélf. Dus dat zal dan ook gebeuren.
Je haalt als ouder vervolgens alles uit de kast om kind-lief hermetisch tevreden te stellen en worstelt je, lief lachend naar de visite, de dag door. Dan mag je van geluk spreken als je niet ook nog een ‘gezellig familie feestje’ geplant hebt voor het weekend, om het nog eens dunnetjes over te doen. Heb je de ellende namelijk nog eens. (Ik zal maar geen boekje open doen over de kinderfeestjes).

Alles uit de kast
Nee. Dit zijn überhaupt al dé uitdagingen des levens. Laat staan dus de terror, die die ouwe knar en z'n gevolg met zich medebrengt. En heel eigenlijk, als ik heel eerlijk ben, is dit zelfs nog wel een graadje erger. Want je loopt je uit de naad te werken om die dag een enigszins verantwoord, doch makkelijk en snel, aan de smaakpapillen van het kroost voldoend maal neer te zetten.... je besteed uren en uren aan het bedenken en uittypen van de aller prachtigste gedichten voor je meest dierbare en gekoesterde bloedjes, ondanks dat je weet dat die ouwe met de eer zal gaan strijken. Je doet zelfs pogingen tot freakin’ hand-letteren op de cadeaus(..) En je regelt óók nog gewoon heerlijke versnaperingen en culinaire hoogstandjes voor s’ avonds tijdens het uitpakken. Dat doe je gewoon.
Je plukt een ‘sint’ uit je telefoonboek en verandert zijn profielfoto stiekem in een bellende baard met rode muts. Je laat de ‘sint’ berichtjes sturen. EN… last but not least… je spendeert véél te veel geld.
Maar hey! Alles voor ‘het heerlijk avondje’. En daar gaat ie dan. We zijn er helemaal klaar voor. Althans, wij… manlief en ik.

Faalactie 1.0
Het moment is daar. De Sint sms’t en ik ren ‘vol verbijstering’ richting dochterlief die op de tablet zit. “Kijk NOU toch eens wie er een bericht stuurt....?!” Vol verwachting en knipogend naar manlief, staan we te wachten op de explosie van ontzetting en enthousiasme van dochterlief. Die blijft uit. “Ik ben nog even bezig mam...”
Nou, dan gaan bij mij al een paar kaarsjes uit, hè! Ik mag even wachten....pffff. Maar goed. We wachten. En we wachten. Ik ruk de tablet uit haar handen. Broertjelief gaat ermee vandoor. Manlief rent erachteraan. Gegil en geschreeuw van beide kinderen. Boze woorden en dreigementen met roe’s en zakken vliegen terug hun kant op. DIE voor je. 1-0 voor ons. We kijken elkaar tevreden aan. Op naar deel twee. 'Sint is dus in aantocht!!!' Herhaal ik veelste enthousiast, waarop ik het vreselijkst zingende koortje van het hele internet aan klik. Lijzige stemmetjes schallen door de speakers. Ik zie manlief zoeken in zijn broekzak . De oordoppen. Goed. Een half liedje dan, en  ook ik wordt gillend gek van dat gewauwel en we gaan maar over op het binnenslepen van DE zak.

HET 'heerlijk avondje'
Dochterlief doet de deur open. Kijkt. Ziet niks. Ik moedig aan om nog eens te kijken. Ziet nog niks. Lekker dan. Misschien hadden we die beter een bril cadeau kunnen doen. Maar goed, we hijsen de immens grote zak met cadeaus naar binnen. “Is dit alles?” Hoor ik een verveeld toontje achter me aan slaan. MAN wat moet dit worden in de puberteit, mompel ik geïrriteerd richting manlief.
Voordat we ons omdraaien zetten we ons hoge stemmetje en verdraaid goed geacteerde glimlach op. “Wat gezéllig is het hè, jongens??” De muziek gaat harder, en we rossen door de gedichten en de cadeaus heen, zoals we nog nooit hebben gedaan. In werkelijk 25 minuten is alles gebeurd. De duur betaalde spellen liggen zielig in de hoek, en het leukste kado van de avond was 0,59 cent... Mijn pogingen tot hand-letteren werden niet gelezen noch opgemerkt. Enkel een opmerking ‘dat knoeipiet dèze wel geschreven zal hebben’.... Daar kon ik het mee doen. Verder hebben ze geen hap gegeten van mijn verantwoord bereide maal, en hebben ze zich in plaats daarvan, kots en kots misselijk gegeten aan de pepernoten en chocolade-ellende. Vervolgens hebben ze geen enkel gedicht gehoord, en alleen oog gehad voor dat van hun zelf.
En terwijl dochterlief een scène maakte na een cadeau waar alwéér Playmobil in zat (tis toch vreselijk), greep zoonlief zijn kans om als een terrorist, de met zorg opgezette kerstboom, volledig te slopen en wist hij tegelijkertijd met zn poepbroek vol E-nummer-aroma's, de lieflijk zoete en kruidige geur van suiker en kaneel te verdrijven. Tot overmaat van ramp is hij op de bank gaan zitten draaien en kwam de poep tot onder uit zn broekspijpen zetten. De uitgekauwde drap met pepernoten die ik tien minuten geleden nog in het tapijt vond, was er niks bij.

Naar bed
En denk maar niet dat ze na deze hele uitputtingsslag liefjes, rustig en voldaan achter je aan naar boven wandelen hoor! Nee, niets van dat alles. Zie ze maar eens goed en wel in bed te krijgen. Dat lukt je niet. Zelfs na 23 boekjes, 12 liedjes, en 10.000 kusjes en knuffels later, staan ze alsnog binnen vijf minuten onder aan de trap te lullen als Brugman en met ogen als die van de Simpsons in eigen persoon. Dat ze niet kunnen slapen. En dat ze getik horen.... of dat Sinterklaas soms is, dat ze zo druk in het hoofd zijn....en…

Een landelijke list
Nee mensen. Dat ‘heerlijk avondje’ is niet bepaald wat je er van tevoren van denkt. Trap er niet in! Echt. Het is een landelijke list, waarvan iedereen stiekem op de hoogte is en blijkbaar de schijn op houdt hoe leuk het allemaal wel niet is. Zelfs tot op het schoolplein aan toe staan de huichelachtige collega- ouders hun succes verhalen uit te wisselen.
Maar dan. Totdat je kinderen oud genoeg zijn en je de waarheid zelf ontdekken moet, kom je erachter. Verraad! Doortrapt.
Het is een heel geniepig spelletje.


Dus bij deze. Wees wijs.

(En misschien moet je voor alle rust, ook de maanden mei, juni, juli, augustus, september, oktober, november, december en januari maar schrappen uit de geboorte planning...)

Just saying.

zaterdag 29 juli 2017

Opgesplitst


Even ZEN
Moe van de dag, ren ik door het huis heen, met washandjes, handdoeken, melatonine, slaapmedicatie, knuffeltjes, pyama’s, zeep, tandenborstels… ik hijg even uit voordat ik de rolgordijnen op Jesses kamertje dicht doe en sluit mijn ogen. Even “ZEN” noemen ze dat. Maar ik voel diep vanbinnen toch nog altijd meer connectie met degene waar ik sinds een paar jaar een haat-liefdeverhouding mee heb… Degene die ik ooit van heel dichtbij kende, maar die ik de laatste jaren wat weggeduwd en aan de kant gezet heb.

Gewoon vanwege het conflict in mij, met de waarom -vragen en de worstelingen omtrent mijn gehandicapte zoon. Intens geliefd, en onwijs welkom en gewild, maar toch… Het is een heel project. En het “happy-clappy-christen-zijn” paste even niet meer tussen de donkere dagen die ik herhaaldelijk beleefde in mijn diepe dal.

Stress

Inmiddels heeft Jesse de stop al te vroeg uit het bad getrokken, en zit hij bibberend te huilen tot ik zover ben. Ik schiet acuut in de mopperstand en Sarah’s getreuzel werkt me op mijn zenuwen. “Schiet nou op, Saar!! Je voet! Nee, andere... Wat zeg je? Plassen?! Nou, snel dan. Had je dat niet eerder kunnen bedenken?” Grommend en ongeduldig sta ik te wachten tot ze zover is. Ik kijk op de klok en hoor op de achtergrond een aanzwellend en oorverdovend gekrijs van een bibberend jongetje. Gauw roep ik Sarah wat commando’s toe voordat ik Jesse in de handdoek op schoot hijs. Ze mag nog boekjes lezen tot de wijzer boven is, en dan alvast gaan liggen tot ik kom. Voor de duidelijkheid benadruk ik nog een keer: “Ik kom écht, maar ik moet wachten tot Jesse slaapt. Dus maak geen geluidjes!! Des te sneller ben ik bij jou.”  Ze sputtert wat tegen, maar bij het horen van het woord “boekjes” gaat ze dan toch maar. Zo. Dat was één, denk ik bij mezelf. Alleen nog maar af maken straks.

Hier schreeuwen twee kinderen in mijn hart…

Met het laatste beetje energie zak ik met Jesse in de schommelstoel naast zijn bed. Een momentje rust. Stiekem is dit een favoriet momentje van mijn dag. Het moment dat mijn krullenbol zich zuchtend in mijn nek nestelt en ik even alle zorgen van de dag kan laten gaan. Tijd om de dag te evalueren, gesprekken terug te halen, of even gewoon weg te sukkelen samen met mijn zoon. Lekker in de –zeldzame- stilte. Ik geniet van zijn mooie gave snoetje in de schemering. Dat hij al bijna vier is, overvalt me soms. Zo zie ik hem niet, en zo gedraagt hij zich ook nog lang niet. Maar ach…
Mijn mijmeringen worden abrupt onderbroken door gehuil. “SHIT” denk ik. Sarah. Ik hoor dat ze écht van streek is en lichtelijk in paniek om iets kleins, wat in haar hoofd heel groot geworden is. Ik ken haar te goed. Het kwetsbare meisje van vijf staat er even alleen voor. Precies hetgeen wat haar waarschijnlijk nog het meest van streek maakt. Haar bekende huiltje dringt zich bij me naar binnen. Triest genoeg is het eerste wat ik doe, checken of Jésse erop reageert. Want als Jesse wakker wordt, is het pas echt desastreus. De kans dat hij dan weer inslaapt is 50/50. Ik kan dus beter even in hem investeren en hem goed wegleggen, dan nu ingaan op Sarah, anders ben ik dubbel zo lang bezig, heb ik meer en langer gehuil, en twéé vermoeide kinderen die te laat gaan slapen. Om nog maar te zwijgen over mijzelf.


De redenering in mijn hoofd sust mijn tegenstrijdige gevoel, terwijl ik mijn ogen stijf dicht knijp. Hier schreeuwen twee kinderen in mijn hart…



Wat zou ik graag opstaan en naar Sarah lopen, om haar in mijn armen te nemen. Was Peter nu maar thuis. Het verteerd me om haar te moeten negeren, terwijl ik hoor dat ze me nodig heeft. Niet omdat ze het gordijn niet dicht krijgt waar ze blijkbaar mee worstelt, maar omdat ze het emotioneel even niet aan kan om alleen in bed te gaan en een oplossing te zoeken voor dit “probleem” met het gordijn.  Ze was de hele dag al zo breekbaar, en aanhankelijk. En alles gaat nu anders dan normaal. Er is geen tijd om haar naar bed te brengen. Geen aandacht. Geen verhaaltje -want te laat-  en geen aansturing die ze met name in de avond zo nodig heeft. Kon ik mezelf maar in tweeën hakken, zoals ik me vanbínnen al voel... Of klonen. In dit licht lijkt die uitvinding opeens zo gek niet meer.

S.O.S.  Ik.kan.dit.niet.

Als in een reflex, werp ik God een quasi serieus schietgebedje toe: “Heer, DOE iets. Ik trek het niet als ze het straks beiden op een gillen zetten(...) De dag was zó al zwaar genoeg. Stuur anders een engel ofzo, eentje met grote vleugels, daar scoor je zéker mee bij Sarah. Die wil al vliegen sinds ze bestaat…!”

Alsof ik afwacht of het echt gebeurd, ben ik een tijdje stil in mijn gedachten. Maar na een lange minuut maakt die stilte plaats voor een onbestemd gevoel… Ik voel me alleen en niet gezien. Niet gehoord en niet gewaardeerd. Er is eigenlijk niemand die écht ziet hoeveel alles me kost.
En dan zit ik hier in het donker, te worstelen met alles wat me in dit leven gegeven is. Prachtige dingen, die ik van tijd tot tijd niet eens aan kan. Die me overvragen. De eerste die de schuld krijgt, is degene bij wie ik net ook al een verzoek had ingediend. Het is God. Ik heb teveel dingen die ik niet meer snap…

“Bent u me soms vergeten?! Ik heb nou niet bepaald het idee dat u echt door hebt hoe ik me voel. Weet u eigenlijk wel hoeveel het van me vraagt? Denkt u wel na, voordat u dit soort ‘leuke kadootjes’ geeft? Bijvoorbeeld of iemand het wel aan kan enzo…? Het is gewoon niet eerlijk! Hoe kan ik nou een goede moeder zijn EN mijn hoofd boven water houden? Deze combi van kinderen hebben een chemische reactie op mij. En had er bijvoorbeeld niet even een briefje bij gekund, toen ik beviel van dit kadootje. Zoals: Handle with care, of licht ontvlambaar… en dan een trilogie met de toelichting, nagezonden in etappes…. Want.ik.kan.dit.niet. Ik herhaal: Ik KAN dit NIET!!”

Ik voel me net Sarah wanneer ik me betrap op deze -kinderlijke- rechtstreekse vragen, en ik schaam me er een klein beetje voor, omdat deze rechtstreekse vragen in gaan tegen dat wat ‘geoorloofd’ voelt om te zeggen. Het altijd dankbaar zijn en verdraagzaam zijn zonder klagen klinkt een stuk christelijker… Maar toch kan het me niet schelen. Wat heb ik tenslotte te verliezen? Ik vind het eerder hypocriet als ik ze niet zou stellen. En diep vanbinnen voel ik daar vrede mee.


Je houdt meer van Jesse!
Sneller dan verwacht leg ik Jesse in zijn bedje. Als Sarah nu maar niet adem haalt voor een nieuwe hysterische uithaal, want dan is het mis. Zo langzaam en snel als ik kan, sluip ik weg en open Sarah’s deur. Een rooddoorlopen betraand gezichtje kijkt mij aan. “Ze is ook nog maar vijf…” denk ik, terwijl ik haar smalle lijfje in me opneem. Er wordt al zo veel van haar verwacht. Veel meer dan ze op sommige momenten aan kan. Zoals nu.

Ze stort direct haar hart uit; “Het is NIET eerlijk!! Waarom blijf je bij Jesse altijd tot hij slaapt, en laat je mij in de steek!! En waarom mag hij later naar bed dan ik?! Hij mag altijd ALLES. Je denkt nóóit aan mij! En ik was aan het huilen. Waarom KOM je dan niet?! Ik kan alles toch nog niet zelf?? Ik weet zéker dat je meer van Jesse houdt dan van mij!”

Met een gekwetst gezicht draait ze zich van me af.
Het is weer zover. Ze zit in zak en as en is er heilig van overtuigd dat ik meer van Jesse hou...  En opeens denk ik: waarom zou ze dat ook niet denken? Ik begrijp haar volkomen. Ze heeft er alle rede toe om dat te denken. Ondanks dat ik haar al zo vaak heb uitgelegd dat Jesse geen normaal jongetje is en dat dat niks te maken heeft met houden van…

Eerlijk gezegd had ik op deze momenten ook liever een normaal broertje voor haar gehad, dan dit intensieve knulletje dat haar zoveel ontneemt zonder het zelf door te hebben. Dat dan weer wel. Tegelijkertijd veroordeel ik mezelf om die gedachte. Ik hou van mijn beide kinderen! Maar juist daarom komen deze gedachtes soms ook… Ik gun ze beide het allerbeste. Maar ik ben niet in die positie ze dat te geven.

Ik ben hooguit een goed-genoeg-moeder… geen volmaakte moeder. Al voel ik me soms zelfs nog te min voor de goed-genoeg titel. Wanneer is het goed genoeg voor een perfectionist?


Spiegelmoment
Ik trek mijn huilende meisje naar me toe, en intuïtief beaam ik maar gewoon de dingen die ze zegt. Ik kan er niks anders van maken en ik zou niet weten wat ik anders moet zeggen. Het enige wat ik haar geven kan is erkenning. En zowaar, dat helpt. Ze kalmeert, en kijkt me even aan: “Vind je dat ik gelijk heb, mam?” Ik knik. “Ik ben héél blij dat je deze dingen aan mij verteld! Maar één ding, Sarah...” Ze onderzoekt mijn gezicht en kijkt vragend.

 “Knoop in je oren dat ik nooit méér van Jesse hou! Ook al voelt het nog zo echt. Dat mag je nooit geloven, want dat is een leugen. Ik denk méér aan jou, dan jij je beseft lieverd.”


Ik benoem alle mooie dingen aan haar, en waarom ik juist zo dol op háár ben, en de dingen die zij zo goed kan en die maken dat zij Sarah is. Haar lieve zorgzame karakter en haar mooie hart.
Maar vooral dat ze er gewoon mag zijn. Zoals ze is. Ook met haar boosheid. Omdat het niets verandert aan hoeveel ik van haar hou.
Ze zucht diep. En vergevingsgezind als ze is, omhelst ze me alweer. “Je bent de allerliefste moeder van de hele wereld!!” Ik kijk eventjes door het raam omhoog, waar de gordijnen nog steeds verkreukeld en half open staan, en hou mijn adem in… Wow. Deze hele situatie was één grote spiegel…! Ik hoor mijn eigen antwoorden in mijn hoofd gonzen:

“Ik hou niet meer van anderen dan van jou. Ik denk méér aan jou, dan jij je beseft. Ik ben blij dat je deze dingen verteld…. Je mag er gewoon zijn. Zoals je bent. Inclusief boosheid. Verdriet. Omdat het niets verandert aan hoeveel ik van je hou.”
Het kwartje valt opeens en plotseling krijg ik als vanzelf antwoord op een paar vragen. En al zijn mijn vragen nog lang niet allemaal beantwoord… ik voel me in elk geval gehoord. En gezien. Net zoals Sarah nu.

En met een klein beetje heimwee, zet ik de deur voorzichtig weer op een kier.