maandag 13 mei 2019

Jesses beleving

Het is altijd een hele toer voordat Jesse goed en wel van de auto naar zijn klasje gelopen is. Onderweg daar naartoe gebeuren er namelijk al zoooveel dingen die zijn aandacht trekken en prikkelen. Soms is dat erg vermoeiend. Maar sinds ik geleerd heb om 'in te spreken', merk ik dat het zowel met hem als met mij beter gaat. Jesse kalmeert ervan, en ik kom dichter in zijn belevingswereld waardoor ik hem beter ga begrijpen. Ik zie precies waar hij op reageert van wat ik zeg. Want Jesse begrijpt vrijwel alles. Alleen dat praten.... Als hij dat toch eens kon... Dat zou hem een hoop frustraties besparen.
Daarom heb ik het eens opgeschreven, en vanuit zijn kant belicht. Het geeft een inkijkje in wat er in hém om gaat, in plaats van altijd maar vanuit mij. :)


Jesses beleving

Als we de auto uit stappen sprint ik gelijk op de deur van mijn school af. Tenminste.... als mama me goed in de gaten houdt. Soms is ze net even een seconde later, waardoor ik mijn kans schoon zie en dankbaar gebruik maak van mijn lange benen die al supersnel kunnen rennen. Dan verander ik van richting, en zet koers op de geparkeerde auto’s langs de stoep. Want auto’s vind ik zooo mooi, die wil ik altijd wel van dichtbij voelen en bekijken. De wielen vooral.


Vlak voor mama er aan komt, lik ik nog snel even aan de band van het busje waar ik bij sta. Dat vindt mama niet leuk. Ik weet wel dat het eigenlijk niet mag, maar de drang is te groot. Ik spring op en neer van opwinding als mama dichterbij komt. WHOAHHHH ik doe dit, ik doe dit!!
Mama noemt hard mijn naam en pakt mijn arm stevig vast. Ze moppert op me, maar ik kijk haar gewoon niet aan en doe mijn handen op mijn oren. Mama’s ogen raken mij altijd zo diep als ik haar aan kijk, en ik wil niet stout zijn. Fladderend en springend ga ik naar binnen toe, terwijl het me nog 3x lukt om achterom te kijken naar het busje en zijn wielen.

In de school zie ik van alles. De schommel heeft altijd mijn aandacht, maar mama trekt me al mee. Ik mag niet op de schommel. Zelfs niet als ik heel hard die kant op trek, en mijn charmes in de strijd gooi. Ik voel me boos worden. Waarom zijn alle leuke dingen verboden?! Ik probeer te praten, maar mama loopt al door. Ik kan haar niet vertellen wat ik graag wil. Zou ze me wel begrijpen?! Ik zet het op een gillen. Ze moet weten dat ik even wil stoppen. Mama stopt. Ze doet haar vinger aan haar lippen, dat ik zachtjes moet doen, en begint daarna te praten. Ze zegt dat ze wel snapt dat ik even op de schommel wil, maar dat we door moeten lopen. Maar ik WIL helemaal niet doorlopen!! Ik schreeuw en ik begin een beetje te huilen. Stomme school. En stomme mama.
Mama knielt naast mij, en zegt precies wat ik voel. Ik laat me over mijn hand aaien... ahhh.... dat is fijn. Ik wordt er wat rustiger van, maar ik blijf vasthouden aan wat ik zo graag wil. Ik steek pruilend mijn hand uit naar de schommel die al bijna binnen mijn bereik is, en kijk dan weer naar haar.


Ik zie dat mama even twijfelt, en dan mag ik toch nog héél eventjes bij de schommel kijken, maar als ze tot drie heeft geteld moet ik mee. Lieve mama! Snel sta ik op en grijp mijn drie tellen, alsof het mijn lust en mijn leven is. In een honderdste van een seconde ben ik al super hoog. Wooooooow, dit voelt goed!!! Ik lach breeduit, en mama lacht terug. Mijn beentjes doen wat ze zo graag willen doen; afzetten en hoger gaan. Heel even knijp ik mijn ogen samen. Dit is toch genieten?!
Als mama zegt dat ze tot drie gaat tellen, voel ik me een beetje verdrietig en boos worden. Ik ben nog láng niet klaar. Bij drie geef ik nog een harde schreeuw, en sta dan op om mee te lopen. Mama zegt dat ze kan zien dat ik het jammer vindt. Nou dat heeft ze goed gezien. Ik kijk even naar mama. Ze snapt me. Gelukkig verteld ze dat ik de volgende keer wel wéér even mag. Maar nog voor ze is uit gesproken, zet ik het al op een lopen. Mama moet rennen om mij bij te houden. Leuk vind ik dat. Dat voelt spannend. Misschien gaat ze me wel pakken. Ik lach, en een gil van opwinding verlaat mijn buik.
Razendsnel probeer ik nog twee klassen in te glippen waar ik niet thuis hoor. Ik kan altijd kijken of ik sneller ben. Er is zoveel speelgoed dat ik nog niet ken, en écht even ontdekken moet. En trouwens, helemaal achterin is een klas waar gewoon zomaar een joekel van een piano staat. Ik zou een sprintje kunnen trekken... maar helaas is mama deze keer sneller, en heeft ze net mijn muts te pakken. Ze kent mijn plannetjes al, en terwijl ik grijns wordt ik ook boos, maar ik weet dat het niet mag. Met tegenzin laat ik me toch maar meenemen.

In mijn eigen klas ga ik direct op zoek naar de piano die ik laatst gezien had. Dat is echt mijn lievelingsspeelgoed. Ik zou wel willen dat ze die altijd hadden, maar nee. Ik moet er altijd weer naar op zoek. Gelukkig weet ik precies waar hij staat. In de badkamer is namelijk nog een opbergkast, en daar is het een beetje rommelig, maar dat maakt mij niks uit. Voor mij kun je niks verstoppen. Ik zag namelijk een paar witte en zwarte toetsen op een grote doos staan. Kan niet missen!! Daar moet en zal een piano in zitten. Het mooiste wat er bestaat. Piano’s brengen me altijd zo lekker tot rust. Zeker nu ik in een nieuwe groep zit. Ik ben maar wat blij dat ik deze ontdekt heb.

Wild ren ik naar de badkamer, maar daar mag ik niet in. Ze houden me tegen, maar ik snap er niks van. Ik ken het woordje voor Piano allang, en dit roep ik dan ook de hele tijd. Maar ze begrijpen me niet. Ze zeggen dat de piano niet in de badkamer is. Maar dat is super oneerlijk! Ik heb het toch zelf gezien!!! Ik sla en schreeuw als een bezetene om me heen. Ze zúllen me er door laten.

Wanneer we eindelijk bij de magische kast staan, en ik herhaaldelijk ‘Injaanjo’ roep terwijl ik wijs naar het stukje doos, valt ook voor mama en juf het kwartje. Eindelijk zien ze het. Ik lach breed en triomfantelijk, terwijl ik ongeduldig, ritmisch op mijn tenen wiebel. Gaan ze hem nu pakken?

Zodra de piano geïnstalleerd in de groep staat, begeef ik me in mijn eigen wereld. Alle geluiden verdwijnen naar de achtergrond, en ik focus me volledig op de tonen van het keyboard. Whoahhh.... dit is geweldig. Ritmisch wiebel ik weer op mijn tenen heen en weer, terwijl ik mijn oor op de boxen richt. Mijn binnenkant komt helemaal tot rust. Dit is wat ik nodig heb in deze nieuwe situatie, waarin ik al die kinderen nog niet zo goed ken. Ik bedoel.... ik vind dat ik zelf best mag schreeuwen. Maar anderen moeten dat niet doen. Dat kost me teveel prikkels.

Mama komt naar me toe. Ze vraagt me om een kus, omdat ze weg gaat. Ik geef mijn hoofd, maar ze wil ook een kus van mij. Ik wil hem best geven, maar oohhh... die tonen. Ik ga net zo lekker. Ik vlieg alweer. Mama geeft mij een dikke kus en een knuffel. Ik voel het maar voor de helft, maar toch volg ik haar naar de deur, terwijl ik mijn oren gericht houd op de muziek.
Bij de deur zwaait ze nog naar me. Ik zie haar wel, maar ik ben niet in staat om te reageren. Ik blijf kijken, zonder een spier te vertrekken. Mama’s ogen glimlachen naar me voor ze de deur echt sluit. Ik voel het binnen komen. Vanmiddag komt mama weer terug. Vanmiddag zie ik haar weer. Lieve mama.



woensdag 27 februari 2019

Dan maar moe

Hij wilde niet naar school, en toch breng ik hem weg. Bij de kruising van de Mac Donalds rijden we rechtdoor om naar zijn school te gaan, maar wanneer je rechtsaf gaat, rijd je naar Ballorig. Een plek waar Jesse dolgraag is. Hij weet de weg er naartoe uit zijn hoofd. Net zoals vele andere wegen.

Voor het stoplicht staan we stil. Het is rood. Dat geeft Jesse de tijd om zijn radartjes razendsnel te laten werken; Ballorig!! Hij bedenkt dat hij dat veel leuker vindt dan school, en zet zijn charmes in. Eerst liefjes, en dan steeds dwingender. “Ouw-regg!!” is het enige wat mijn oren nog kunnen horen. Het is mij volkomen duidelijk. Jesse moet en zal naar Ballorig. Maar helaas voor hem, rijden we door, wat uitmondt in een hysterische schreeuw-partij. Ik herhaal nog een keer dat ik hem gehoord heb, en dat ik weet dat hij naar Ballorig wil. Zijn geschreeuw stopt acuut. Je ziet de hoop in zijn oogjes groeien. Totdat ik doorpraat, en vertel dat dat NU niet kan (getier), maar dat dat wel een ANDERE keer kan…. (hoop).
Hij weet niet wat hij met zichzelf aan moet. Hij slingert tussen hoop en wanhoop, maar weigert om een ‘nee’ te horen. Een ‘nee’ levert boosheid, frustratie en agressie op. Zelfs tot het zichzelf pijn doen in de vorm van bijten. Hij had bedacht dat dit veel leuker was, en daar had hij zijn zinnen op gezet. PUNT. Klaar uit. Een echte tweejarige.

Het liefst was ik met de auto omgedraaid om er alsnog heen te gaan, maar ik hou me sterk. Ook gehandicapte kindjes moeten leren dat niet altijd alles kan wat ze graag zouden willen. En terwijl ik me dat bedenk, besef ik me dat dit juist iets is wat hij zijn leven lang alleen maar zal leren. Wat zullen er VEEL dingen zijn in zijn leven die hij graag zal willen. En wat zal hij dan vaak moeten leren accepteren dat dat lang niet allemaal kan.

Met een schuldgevoel rij ik door. Ik zou hem alles wel willen geven. Werkelijk alles. Mijn liefde voor hem stopt nooit, en ik kan zoveel van hem hebben. Ik begrijp hem als geen ander. Hij is altijd in mijn buurt. Zelfs in mijn bed. Hoewel dat gelukkig niet altijd.
Ik snap wat hij bedoelt en wat hij voelt. En wanneer ik dat soms even níet kan, verteert het me. Ik zal niet rusten voor ik weet wat er is. Misschien maakt dát juist ook wel waarom ik altijd zo moe ben. Nouja… dan maar moe.


vrijdag 14 december 2018

Aan de slag!

Content wattes?!
Een vraag die ik afgelopen dagen veel krijg is: “WAT is een Content Creator, en WAT ga je dan precies doen??”


Ik kan er helemaal in komen. Om eerlijk te zijn wist ik tot voor kort ook zelf nog niet wat al die dure woorden in hielden. Zeker niet, gezien dit een compleet andere tak is dan waar ik ooit voor geleerd heb. Maar toen ik erachter kwam wat het inhield, sloeg de vlam in de pan. Ik bleek al meer te weten en te kunnen dan ik zelf door had.


Content creatie
is simpelweg het produceren van alle communicatieboodschappen. Dat kan een blog zijn, maar net zo goed een infographic, slideshow, how-to-video of Facebook-poll. Het is dus heel erg veelzijdig. Tot mijn taken behoort sowieso het schrijven van artikelen. Jullie zullen dus vaker wat van me gaan lezen.


Bedrijven kunnen namelijk contact met ons opnemen (of wij met hun) om een samenwerking aan te gaan. Wij gaan dan een review schrijven over hun merk of product met onze eigen ervaring daarbij en verwerken dit dan in een artikel. Dat artikel wordt vervolgens gedeeld op social media of een bepaald platform dat het meest aansluit bij de doelgroep.
Voor mij zal de doelgroep voorlopig bij ‘Mama’s’ liggen.
En daarom zal het dus wel eens voor kunnen komen dat je binnenkort bijvoorbeeld opeens een artikel van mij aan het lezen bent op #Love2bemama waar #Socialmediapartner regelmatig mee samenwerkt. Maar je zou me ook tegen kunnen komen tijdens een campagne in de stad, of op een beurs, of… verzin het maar.


Gemotiveerd
Ik merk dat ik helemaal aan het opleven ben, sinds ik de stap heb gezet. Opeens begint het te borrelen, en wordt er in mij een bron van creativiteit aangeboord. Eindelijk heb ik creatieve mensen om me heen, die dezelfde interesses delen, en waar ik door geïnspireerd raak. Echt waar, hoe langer ik erover nadenk, hoe vaker ik denk; ik heb mijn roeping gemist. Het voldoet aan alles wat ik op dit moment verlang in mijn leven. Wil je een opsomming? Ok. Ik zal een opsomming maken. Nou, ten eerste:

- Er is progressie! Ik merkte dat ik dat nodig heb om dingen vol te houden. Ik wil vooruitgang en ontwikkeling zien. (Misschien wel door het contrast van thuis, met een kind dat qua ‘progressie’ doorgaans nogal lang op zich laat wachten. ;-))
- Er is variatie. Ik hoef niet constant hetzelfde te doen.
- Er is ruimte om te groeien. Als er iets is waar ik niet tegen kan, is het stilstaan. Ik wil altijd blijven ontwikkelen, en deze baan biedt ruimte tot het leren van TAL van dingen. Mede doordat dit niet de hoek is waar ik voor geleerd heb, zullen er nog volop ontwikkelingsmogelijkheden zijn. Er zit dus ook voldoende:
- Uitdaging in. Het kan niet zo snel saai worden.
- Ik heb leuke en jonge collega’s. En niet teveel. Ik hou van het enthousiaste, spontane en flexibele in deze jonge mensen.
- We zijn allemaal creatief. Al moet ik dat vakje wel wat meer gaan openen. Ik heb dat vakje heel lang afgeleerd op school. Gelukkig is het door mijn schrijven nooit dicht gegaan, en heb ik collega’s die dit helpen ontwaken.
- Ik mag hele dagen geoorloofd speuren over Social Media, zonder dat iemand me met een schuin oog aankijkt dat ik niks doe. Nee, dat is nu mijn werk.
- Ik kan zonder schuldgevoel Instagram installeren, want werk. Tsjah. Hoe mooi wil je het hebben.
- Ik kan mijn enthousiasme en overtuigingskracht inzetten.
- Ik kan mijn eigen leven en mijn verhalen inzetten om anderen te vermaken en te enthousiasmeren, inspireren of te laten glimlachen… betaald!!!

Kortom: Ik krijg gewoon betaald voor mijn hobby!

Onzekerheid
En het is zo genadig hoe ik hierin terecht gekomen ben. Ik heb niet eens gesolliciteerd. Nee, echt! Het is me ‘gewoon’ komen aanwaaien. Eerst was ik nog van mening dat dit te hoog gegrepen was voor mij. Want ondanks dat ik hier stiekem al van droomde, kwam ik met allerlei argumenten die me omlaag haalden. Dat ik er niet voor geleerd heb, dat ik amateur ben, dat ik al jaren buiten de maatschappij functioneer binnen vier muren, dat ik niet flexibel ben, dat ik het niet zag zitten om freelancer te worden en dat ik het wellicht niet zou kunnen. Maar ik blééf Bianca maar tegen het lijf lopen. En de klik was er ook al meteen. Maar toch hield ik mijn twijfels. Daar hebben we 3 maanden voor nodig gehad om die te overbruggen. En toen was de kogel door de kerk. Ik kwam langs op kantoor, en ik werd enthousiast. En nog geen twee dagen later appte ik het definitieve, langverwachte antwoord; JA! IK DOE HET!!


Enthousiast

En terwijl ik al deze dingen zo enthousiast opschrijf, voel ik ook een soort spanning. Wat als ik nou heel blij verkondig dat ik HET gevonden heb, en het blijkt na een paar maanden helemaal niks voor mij te zijn? Dan heeft de hele wereld deze blog al gelezen.
Maar ja… dat past ook wel een beetje bij mij. Ik ben gewoon snel enthousiast. (Hoe vaak heb ik dat woord nou al genoemd inmiddels? Ik kan er wel een hashtag van maken :P) Nouja. Enthousiast dus. Ik krijg er bijna splaakgeblek van, thank god voor de autocorrectie.
Maar om even terug te komen op mijn punt. Ik denk soms dus dat het misschien wel schaamtevol zal zijn als ik faal. Maar nee, ik post dit gewoon want ik leef in het NU. En nu is nu. En nu zie ik het zitten en denk ik het daar wel een tijdje vol te kunnen houden. Ik ben niet over één nacht ijs gegaan (Toepasselijk weer hé? IJS. VRIESKOU. Maar goed.) En zoniet, dan zal ik ook dán al mijn leermomenten en veranderingen met jullie delen. Ik praat je bij. Echt waar.


Kom maar op!

En trouwens; als je zelf een bedrijfje hebt en je kunt wel wat reclame gebruiken… ik doe dat dus heel graag voor je! We hebben legio opties en prijzen. Er zal altijd wel een passend dealtje voor je bij zitten. Enja… als ik je al ken is dat natuurlijk alleen maar voordeliger voor de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid. call ME, baBY! :P

Tot gauw weer ziens.


Ciao!





zaterdag 10 november 2018

Zwemperikelen




Het ging er dan toch van komen. Na lang uitstellen van onze kant, en voortdurend de verantwoordelijkheid op elkaar heen en weer schuivend, konden we er na 4 jaren uitstel toch echt niet meer onderuit. Oma had de ondankbare taak al herhaaldelijk op zich genomen, en ook kinderfeestjes en andere familieleden hadden ons al meerdere malen van onze taak ontslagen om te moeten gaan.
En het schermen met : ‘Ja, maar dat kan niet Saar... want Jesse..’ was nu echt te vaak gebruikt. We moesten eraan geloven. Het ergst denkbare ging deze herfstvakantie Anno 2018 gebeuren. We zouden gaan ZWEMMEN.

Voorbereiding
DUS. Ik heb me de dag tevoren al stressend onder de douche zorgvuldig overal ontdaan van ongewenste stoppels, om goed beslagen ten ijs te komen. Voor Peter moest zelfs nog een zwembroek worden aangeschaft...! En niet te vergeten natuurlijk de ‘badbikini’s’ zoals Sarah ze liefkozend noemt (Kan niet kiezen denk ik) moesten in de grote big shopper, die zich al gauw vulde met een overvloed aan eten en drinken.
Om het voor onszelf nog een beetje leuk te houden heb ik de gesmeerde broodjes achterwege gelaten, en gekozen voor het gemak van patat met een frikandel. Prima lunch, als zeg ik t zelf. Geen geplette ellende in lege broodzakken, terwijl je smachtend alle frituurgeuren weerstaat in een poging consequent over te komen; ‘want je had nou net zoveel moeite gedaan om aaaaal die broodjes te kopen en te smeren, dus nu zullen ze ze eten ook!’ Om vervolgens alsnog jezelf in de rij van de snackcorner te zien staan. Beschaamd, met de verantwoorde tuinkers nog tussen je kiezen.
Nee.
Om dat alles vóór te zijn; geen broodjes. Gewoon direct die snackcorner in.

Drukte
Na een half uur rijden (Sarah had een heel overlevingspakket ingepakt, of we een wereldreis zouden maken) kwamen we dan aan. En nadat we de kassa getrotseerd hebben, met véél te hoge prijzen, stevenen we af op de overvolle kleedruimtes en storten ons in een bak lawaai, waar zelfs Jesse niet tegenop kan met z’n geschreeuw. We kijken elkaar aan, happen naar lucht, en doen net of we gek zijn. Ik neem Sarah mee in een veel te krap hokje, waar ik me bij voorbaat al kapot zweet, terwijl ik Peter nog even zelfgenoegzaam naar me zie grijnzen voordat hij zijn privéhokje dicht knalt. Hij is dan ook nergens te bekennen wanneer wij zover zijn om een locker te zoeken. Gevlucht.

Terwijl we met onze slipperloze voeten door de lauwe pis en voetschimmels waden, zoeken we wanhopig rond naar een plekje om te zitten. Herfstvakantie zeker. Een tafeltje konden we sowieso al op onze witte buik schrijven, maar ook de stoelen bleken schaars met deze drukte. Na drie rondjes slenteren zagen we in een donker nisje zowaar nog een paar verloren stoelen staan, waar we als een leeuw op zijn prooi, naartoe snelden. Hebbes. Nu nog een plek… Het werd het gangpad.

De kwelling
Ik was het eerste slachtoffer om me in het stervenskoude water te wagen. Met een veel te blij opgetogen gezicht, huppel ik nog achter Sarah aan het golfslagbad in. Kilo’s mens laat zich in het water zakken. En zo ook ik. Een beetje onwennig voel ik me, als ik langzaam achterstevoren het trappetje af daal, me beseffend dat iedereen nu opkijkt om te zien ‘wie’ alswel ‘wat’ zich bij hun in het bad voegt. Ik ontwijk ze allemaal.

Direct na de eerste golf verdwijnt Sarah.
Kinderen gillen onverwachts in mijn oren, met decibellen die het HSP gehalte op hun grondvesten doet trillen. Ik hou de moed erin, pluk Sarah ergens uit een golf vandaan, en verplaats me naar rustiger wateren. Het bubbelbad. Dat had ik niet hoeven doen. Bacteriën vliegen me om de oren, kinderen duiken er naar het bodempje en doen rustig bommetjes, ondanks de pasgeboren baby(....!) (ik kijk mijn ogen uit!) die gewoon in deze drukte wordt geacht te functioneren. Het wiebelige bolletje rolt in het water, waarbij ook de oortjes niet droog blijven. Mijn buik krimpt ineen. Arm kind. Wanneer ik een zacht huiltje ontwaar van het kleine frummeltje, kan ik het niet langer aan zien. We verkassen. En terwijl we richting het ‘normale’ bad drijven, waar ik spetter na spetter incasseer, begin ik me langzaam op te fokken; dit is niks voor mij.  

Al kronkelend door het water komt Sarah naar me toe en vraagt of we ‘zeemeerminnetje’ zullen spelen... ik zucht. Nee hè. Maar ik pers er een instemmend ‘OK’ uit. Na welgeteld 12 minuten ben ik het he- zat. Ik heb mega honger, en zeg dat de zeemeerminnetjes nu weer aan land gingen om te eten. Tot mijn verbazing doet ze het nog ook. Ik vind het bijna zielig. Maar pfoeh, dat hebben we toch maar weer gehad.

Patat met......
Echter, lang uitrusten is er niet bij. Want wanneer we graag vóór 3 uur willen eten, zullen we ons toch echt in de rij moeten begeven. Hadden we nou maar broodjes...
Met tegenzin wurm ik me achter aan in een rij vol vlees op pootjes. Het beweegt zich langzaam voort, en ik beweeg mee op het ritme van de verschuiving. Een plakkerige arm raakt de mijne. Klevend komen we weer los van elkaar en ik huiver. Brrrr. Plakte ik nou zo... of zij? Ik besluit niet langer na te denken, en me te richten op het uitzicht van gratis drinken tegenover mij.
Hordes kinderen buitelen over elkaar heen en knoeien de plakkerige bende over de rand van de bekertjes tijdens het lopen. Dat het toch gratis is, is te merken. Niemand bekommerd zich om verspilling. Hier gaat het om onverschilligheid. Een mierenzoet drankje met de naam ‘fruitdrank’ doet zijn naam geen eer aan. Meerdere vinden dat, en spoelen het met hetzelfde gemak weer door het gootje. Maar waarschijnlijk niet omdat het te zoet is, maar omdat ze het woordje ‘fruit’ niet gelezen hadden.

Eindelijk ben ik aan de beurt. Ik doe mijn bestelling, en glij door een drap van zompige, met frisdrank volgezogen patat, terug naar onze veroverde stoelen. Ik heb de overtocht gemaakt. Nu is het Peters beurt.
Wanneer de buzzer af gaat, lukt het me om hem die kant op te dirigeren, terwijl ik smakelijk lachend toekijk hoe hij zich een weg baant langs dezelfde route als de mijne. Zo. Gerechtigheid.
Met een zuur en chagrijnig gezicht begeeft hij zich mijn kant weer op, balancerend met het dienblad. Eén kind vliegt vlak voor zijn voeten langs en raakt met zijn natte hoofd vol plakhaar het dienblad. Nog net op tijd blijft alles op het blad liggen, maar daar is alles mee gezegd. We buigen ons over de verstrooide patat, en wenken Sarah dat ze komen moet.

Glorie!
Na de lunch willen we uitbuiken. Héérlijk dat Sarah al haar A heeft. We spreken af dat ze ons komt vertellen waar ze is. Alleen dan mag ze in haar eentje op struin. Ze is apetrots dat ze alleen mag… ik zeg: win-win.


Zo houden we het nog eventjes uit, totdat het moment komt dat we het echt gruwelijk zat zijn en we ons mentaal voorbereiden op de hel die ‘kleedhokjes’ heet.
En dat was nodig ook. De enige hokjes die nog vrij waren, hadden er eentje tussen die bezet was. Jammer, want nu konden we niet meer zo fijn de spullen onder het hokje aan elkaar doorgeven. Als een bezetene sta ik dus op de kop in de tas te wroeten, op zoek naar de juiste stapeltjes kleren en daarbijbehorende onderbroeken.
We scheiden ons van elkaar, waarbij ik deze keer mazzel heb, en het hokje voor me alleen krijg. Een overkill aan herrie en chloor op alle denkbare plekken bleek voor onze ‘tussenburen’ in het hokje geen rede te zijn voor het weglaten van harde toevoegingen van hetzelfde soort. Mijn hoofd stond op ploffen.
In record tempo hebben we ons aangekleed, en gemáákt dat we naar buiten kwamen.

Sarah was één en al vrolijkheid. En wij? Wij zijn weer klaar, voor de komende 4 jaar.